De eisen voor het toepassen van koudemiddelen zijn in Nederland wettelijk geregeld via de drukwarenwet (PED). Aanvullend hierop zijn in de BREEAM certificering in zowel de commissioningscredit MAN04 als de polution credit POL01 extra vereisten opgenomen die aangetoond moeten worden.
Wettelijk
De Pressure Equipment Directive (PED), Richtlijn Drukapparatuur (2014/68/EU), is de Europese richtlijn die de veiligheid van drukapparatuur waarborgt binnen de EU. De PED zorgt ervoor dat drukapparatuur veilig ontworpen, gebouwd en gekeurd wordt, en dat deze vrij verhandeld mag worden binnen de EU. De richtlijn geldt voor installaties met een ontwerpdruk boven 0,5 bar, dus ook koelinstallaties moeten voldoen aan deze richtlijn. Sinds 19 juli 2016 is deze volledig in werking.
De Europese Richtlijn Drukapparatuur (PED) is in Nederland vertaald naar wetgeving via het Warenwetbesluit Drukapparatuur 2016 en de bijbehorende Warenwetregeling. Deze regels beschrijven de taken en verantwoordelijkheden van onder andere de fabrikant, installateur, gebruiker, keuringsinstantie en het bevoegd gezag. Er is een onderscheid tussen de verplichtingen van de fabrikant/installateur (nieuwbouw) en die van de gebruiker van de installatie (gebruiksfase).
Het Warenwetbesluit en de Regeling Drukapparatuur geven uitvoering aan de verplichte certificering van personen die handelingen verrichten aan installaties waarin natuurlijke koudemiddelen zijn toegepast. De eisen die worden gesteld staan beschreven in PGS13 (ammoniak), NPR7600 (koolwaterstoffen) en NPR7601 (kooldioxide). De certificeringsregeling is door NVKL ondergebracht bij InstallQ als certificerende instelling.
BREEAM
De BREEAM stelt als minimale vereiste ook dit wettelijke kader. In de POL01 wordt dit verwoord met dezelfde normen.
Alle systemen (met elektrische compressoren) moeten voldoen aan de vereisten van NEN-EN 378:2016 of ISO 5149:2014. Daarnaast moeten koelsystemen die ammoniak bevatten ook voldoen aan PGS13:2009, koelsystemen met brandbare koudemiddelen aan NPR 7600:2020 en kooldioxide aan NPR 7601:2020.
Bij de aantoning van deze normen komen de verschillen naar boven. Hoewel de basis hetzelfde is, werkt de bewijsvoering binnen de BREEAM iets anders.
Bewijsvoering per normdeel en koudemiddel
De minimale vereiste is dus opgebouwd op basis van het type koudemiddel. Dit komt voort uit het feit dat de koudemiddelen uit verschillende, soms schadelijke, stoffen bestaan. Elk koudemiddel werkt ook onder zijn eigen druk vanuit het compressie- en expansie proces.
Koudemiddel en werkgebied
Koudemiddelen werken in verschillende drukgebieden op basis van de benodigde condensatie en verdampingstemperatuur. Waar dit in het schema van het koudemiddel past, verschilt per techniek. Een persoon kan dus bewijzen hieraan te mogen werken, via een bedrijfscertificaat of individueel certificaat, in de juiste catagorie van het koudemiddel waarbij aangegeven wordt welke werkzaamheden hieraan verricht moeten worden. verzorgt professionele BENG-berekeningen voor zowel woningbouw als utiliteitsbouw. Wij ondersteunen alle typen gebouwen, inclusief industriefuncties, en leveren berekeningen die voldoen aan de geldende wet- en regelgeving. Daarnaast passen onze werkzaamheden naadloos binnen duurzaamheidsvraagstukken en certificeringstrajecten zoals BREEAM en GPR, waarbij energieprestatie een belangrijke rol speelt.
Voldoende daglicht in kantoren en werkruimten is geen luxe — het is een voorwaarde voor een gezonde, productieve en duurzame werkomgeving. Als adviseurs betrokken bij de ontwikkelingen van duurzaam vastgoed zien we bij Adamas dagelijks hoeveel winst er nog te behalen valt op dit thema.
De werknemer: het meest waardevolle kapitaal
Machines kunnen worden vervangen, software wordt geüpdatet en processen geoptimaliseerd — maar het zijn mensen die het verschil maken. Medewerkers zijn het meest waardevolle kapitaal van elke onderneming. Des te opmerkelijker is het dat de werkvloer nog te vaak wordt beschouwd als een kostenpost in plaats van een investering in welzijn en prestaties.
Daglicht op de werkvloer speelt hierbij een zeer belangrijke rol. Blootstelling aan natuurlijk licht tijdens de werkdag heeft bewezen positieve effecten op de gezondheid, het welzijn en de productiviteit van medewerkers (Madan et al, 2024). Goed ontworpen daglichttoetreding is dan ook geen esthetische, maar een strategische keuze
Wat doet daglicht met de mens?
De wetenschappelijke onderbouwing is inmiddels stevig. Daglicht beïnvloedt het menselijk lichaam op meerdere niveaus:
• Circadiaans ritme: Natuurlijk licht synchroniseert onze biologische klok. Medewerkers die voldoende daglicht ontvangen slapen aantoonbaar beter, zijn alerter en hebben meer energie.
• Mentale gezondheid: Daglicht stimuleert de aanmaak van serotonine, vermindert stressgevoelens en verlaagt de kans op burn-out en depressieve klachten.
• Productiviteit en concentratie: Studies tonen aan dat medewerkers in goed verlichte, daglichtrijke ruimtes significant beter presteren op cognitieve taken en minder snel fouten maken. (Boubekri et al, 2020)
• Ziekteverzuim: Daarnaast is aangetoond, dat er een sterke connectie is tussen voldoende daglicht en een betere nachtrust en minder gezondheidsklachten. Dit verlaagt direct het ziekteverzuim. Slechte slaap verandert de hormoonhuishouding en vergroot het risico op lichamelijke klachten (Harmsen et al., 2026).
Daglicht in BREEAM-NL BRL v6.1.1:
BREEAM-NL, het internationaal erkende duurzaamheidskeurmerk voor gebouwen in Nederland, beloont gebouwen die bewust omgaan met daglichttoetreding. In de meest recente versie van de Beoordelingsrichtlijn — BRL v6.1.1 — zijn daglichteisen opgenomen binnen de categorie HEA 01 (Natuurlijk licht). Deze credit richt zich op het creëren van visueel comfort voor gebouwgebruikers, waarbij daglichttoetreding en uitzicht naar buiten centraal staan.
Wat wordt beoordeeld bij HEA01?
Daglichtfactor of dynamische daglichtniveaus in primaire verblijfsgebieden (kantoorruimten, vergaderzalen, etc.).
Uitzicht naar buiten vanuit de werkplek (kwaliteit en horizontale gezichtshoek).
Verblindingsrisico (glare control): bescherming tegen storende lichthinder en verblinding op de werkplek.
Zon- en thermische regulering: voorkomen van oververhitting door directe zonnestraling.
Voor een maximale score binnen credit HEA01 is het aantonen van adequate daglichtniveaus met een gevalideerde rekenmethode verplicht. Hier speelt de keuze voor dynamische berekeningen een beslissende rol (zie verderop).
Daglicht in WELL v2: Feature L – Light
De WELL Building Standard v2 gaat nog een stap verder dan BREEAM in het verbinden van gebouwprestaties aan menselijk welzijn. De WELL-certificering is specifiek ontwikkeld om de gezondheid en het welzijn van gebouwgebruikers te bevorderen. Daglicht valt binnen WELLv2 onder de categorie L — Light, met meerdere relevante features:
L01 – Light Exposure: Voldoende blootstelling aan licht overdag om het circadiaanse ritme te ondersteunen, inclusief eisen aan melanopische verlichtingssterktes (EML-waarden).
L05 – Daylight Design Strategies: Eisen aan afstand van werkplekken t.o.v. ramen in de gevel en voldoende daglicht toetreding via de gevel.
L06 – Daylight Simulation: Expliciete eisen aan het modelleren van daglicht met klimaatgebaseerde methoden (Climate Based Daylight Modelling — CBDM), waarbij metrics als Spatial Daylight Autonomy (sDA) en Annual Sunlight Exposure (ASE) worden gehanteerd.
WELLv2 vereist voor L06 dat minimaal 55% van de vloeroppervlakte van reguliere verblijfsruimten gedurende minimaal 300 uur per jaar een verlichtingssterkte haalt van 300 lux (sDA300/50%). Dit is alleen aantoonbaar met dynamische daglichtberekeningen.https://v2.wellcertified.com/.
Van statisch naar dynamisch: NEN-EN 17037 methode B
Tot voor kort volstond het toepassen van een statische daglichtfactorberekening (de zogenoemde daglichtfactor DF%) om aan te tonen dat een ruimte voldoende daglicht ontvangt. Deze methode, vastgelegd in NEN-EN 17037 methode A, gaat slechts uit van één enkel hemelmodel (CIE-bewolkte hemel) en geeft geen realistisch beeld van de werkelijke daglichtsituatie door het jaar heen, maar neemt het gemiddelde.
De praktijk — en inmiddels ook de certificatiesystemen, zowel BREEAM-NL als WELLv2 — vraagt om meer. NEN-EN 17037 methode B introduceert dynamische, klimaat-gebaseerde daglichtberekeningen (Climate Based Daylight Modelling, CBDM). Hierbij wordt gebruik gemaakt van werkelijke klimaatdata (EPW-bestanden op basis van gemeten weergegevens voor de specifieke locatie) waarbij de daglichtniveaus over een volledig jaar gesimuleerd worden.
Wat maakt methode B beter?
Realistische weergave: Rekening houdend met zon- én bewolkingspatronen gedurende het hele jaar, in plaats van één statisch moment.
Locatiespecifiek: Klimaatbestanden zijn specifiek voor de Nederlandse situatie, waarbij lokale omstandigheden nauwkeurig worden meegenomen.
Aansluiting op internationale normen: Methode B sluit aan bij de eisen die worden gehanteerd door BREEAM-NL BRL v6.1.1 (HEA01) en WELL v2 (L06), zoals sDA en ASE.
Gevalideerd en erkend: De methode wordt ondersteund door erkende simulatiesoftware (zoals Radiance, DIVA, Honeybee/Ladybug, DesignBuilder) en is geschikt voor gebruik in vergunnings- en certificeringstrajecten.
Statische berekeningen volstaan niet langer voor het aantonen van voldoende daglichttoetreding in het kader van certificeringen als BREEAM-NL of WELL v2. Wie werkelijk wil investeren in de kwaliteit van de werkomgeving — en dit ook wil aantonen— ontkomt niet aan dynamische simulaties. De adviseurs binnen Adamas zijn bekend met deze berekeningsmethoden en kunnen u op een praktische wijze liefst al vanaf het ontwerpstadium effectief ondersteunen bij de verdere uitwerking van de plannen, zodat techniek, gezondheid en vormgeving hand in hand kunnen gaan en het ontwerp op een natuurlijke wijze voldoet aan deze huidige inzichten. Nieuwsgierig geworden hoe we dat doen? Neem gerust vrijblijvend contact met ons op.
Adamas: uw partner in gezonde, duurzame gebouwen
Bij Adamasgroep combineren we praktische en theoretische kennis van bouwfysica, duurzaamheidscertificering en gezondheid in de gebouwde omgeving. We begeleiden opdrachtgevers van eerste schetsen tot en met BREEAM-NL, LEED, DGNB of WELL-certificering — en daglichtanalyse is daarin een integraal onderdeel.
Met dynamische daglichtberekeningen conform NEN-EN 17037 methode B brengen we nauwkeurig in beeld hoe uw gebouw presteert op het gebied van daglichttoetreding, welke credits haalbaar zijn binnen BREEAM-NL en WELL v2, en — bovenal — wat de impact is op het welzijn van uw medewerkers.
Want uw medewerkers zijn uw meest waardevolle kapitaal. Investeer dan ook in hun omgeving.
Voldoende daglicht in kantoren en werkruimten is geen luxe — het is een voorwaarde voor een gezonde, productieve en duurzame werkomgeving. Als adviseurs betrokken bij de ontwikkelingen van duurzaam vastgoed zien we bij Adamas dagelijks hoeveel winst er nog te behalen valt op dit thema.
De werknemer: het meest waardevolle kapitaal
Machines kunnen worden vervangen, software wordt geüpdatet en processen geoptimaliseerd — maar het zijn mensen die het verschil maken. Medewerkers zijn het meest waardevolle kapitaal van elke onderneming. Des te opmerkelijker is het dat de werkvloer nog te vaak wordt beschouwd als een kostenpost in plaats van een investering in welzijn en prestaties.
Daglicht op de werkvloer speelt hierbij een zeer belangrijke rol. Blootstelling aan natuurlijk licht tijdens de werkdag heeft bewezen positieve effecten op de gezondheid, het welzijn en de productiviteit van medewerkers (Madan et al, 2024). Goed ontworpen daglichttoetreding is dan ook geen esthetische, maar een strategische keuze.
Wat doet daglicht met de mens?
De wetenschappelijke onderbouwing is inmiddels stevig. Daglicht beïnvloedt het menselijk lichaam op meerdere niveaus:
• Circadiaans ritme: Natuurlijk licht synchroniseert onze biologische klok. Medewerkers die voldoende daglicht ontvangen slapen aantoonbaar beter, zijn alerter en hebben meer energie.
• Mentale gezondheid: Daglicht stimuleert de aanmaak van serotonine, vermindert stressgevoelens en verlaagt de kans op burn-out en depressieve klachten.
• Productiviteit en concentratie: Studies tonen aan dat medewerkers in goed verlichte, daglichtrijke ruimtes significant beter presteren op cognitieve taken en minder snel fouten maken. (Boubekri et al, 2020)
• Ziekteverzuim: Daarnaast is aangetoond, dat er een sterke connectie is tussen voldoende daglicht en een betere nachtrust en minder gezondheidsklachten. Dit verlaagt direct het ziekteverzuim. Slechte slaap verandert de hormoonhuishouding en vergroot het risico op lichamelijke klachten (Harmsen et al., 2026).
Daglicht in BREEAM-NL BRL v6.1.1:
BREEAM-NL, het internationaal erkende duurzaamheidskeurmerk voor gebouwen in Nederland, beloont gebouwen die bewust omgaan met daglichttoetreding. In de meest recente versie van de Beoordelingsrichtlijn — BRL v6.1.1 — zijn daglichteisen opgenomen binnen de categorie HEA 01 (Natuurlijk licht). Deze credit richt zich op het creëren van visueel comfort voor gebouwgebruikers, waarbij daglichttoetreding en uitzicht naar buiten centraal staan.
Wat wordt beoordeeld bij HEA01?
Daglichtfactor of dynamische daglichtniveaus in primaire verblijfsgebieden (kantoorruimten, vergaderzalen, etc.).
Uitzicht naar buiten vanuit de werkplek (kwaliteit en horizontale gezichtshoek).
Verblindingsrisico (glare control): bescherming tegen storende lichthinder en verblinding op de werkplek.
Zon- en thermische regulering: voorkomen van oververhitting door directe zonnestraling.
Voor een maximale score binnen credit HEA01 is het aantonen van adequate daglichtniveaus met een gevalideerde rekenmethode verplicht. Hier speelt de keuze voor dynamische berekeningen een beslissende rol (zie verderop).
Daglicht in WELL v2: Feature L – Light
De WELL Building Standard v2 gaat nog een stap verder dan BREEAM in het verbinden van gebouwprestaties aan menselijk welzijn. De WELL-certificering is specifiek ontwikkeld om de gezondheid en het welzijn van gebouwgebruikers te bevorderen. Daglicht valt binnen WELLv2 onder de categorie L — Light, met meerdere relevante features:
L01 – Light Exposure: Voldoende blootstelling aan licht overdag om het circadiaanse ritme te ondersteunen, inclusief eisen aan melanopische verlichtingssterktes (EML-waarden).
L05 – Daylight Design Strategies: Eisen aan afstand van werkplekken t.o.v. ramen in de gevel en voldoende daglicht toetreding via de gevel.
L06 – Daylight Simulation: Expliciete eisen aan het modelleren van daglicht met klimaatgebaseerde methoden (Climate Based Daylight Modelling — CBDM), waarbij metrics als Spatial Daylight Autonomy (sDA) en Annual Sunlight Exposure (ASE) worden gehanteerd.
WELLv2 vereist voor L06 dat minimaal 55% van de vloeroppervlakte van reguliere verblijfsruimten gedurende minimaal 300 uur per jaar een verlichtingssterkte haalt van 300 lux (sDA300/50%). Dit is alleen aantoonbaar met dynamische daglichtberekeningen. https://v2.wellcertified.com/.
Van statisch naar dynamisch: NEN-EN 17037 methode B
Tot voor kort volstond het toepassen van een statische daglichtfactorberekening (de zogenoemde daglichtfactor DF%) om aan te tonen dat een ruimte voldoende daglicht ontvangt. Deze methode, vastgelegd in NEN-EN 17037 methode A, gaat slechts uit van één enkel hemelmodel (CIE-bewolkte hemel) en geeft geen realistisch beeld van de werkelijke daglichtsituatie door het jaar heen, maar neemt het gemiddelde.
De praktijk — en inmiddels ook de certificatiesystemen, zowel BREEAM-NL als WELLv2 — vraagt om meer. NEN-EN 17037 methode B introduceert dynamische, klimaat-gebaseerde daglichtberekeningen (Climate Based Daylight Modelling, CBDM). Hierbij wordt gebruik gemaakt van werkelijke klimaatdata (EPW-bestanden op basis van gemeten weergegevens voor de specifieke locatie) waarbij de daglichtniveaus over een volledig jaar gesimuleerd worden.
Wat maakt methode B beter?
Realistische weergave: Rekening houdend met zon- én bewolkingspatronen gedurende het hele jaar, in plaats van één statisch moment.
Locatiespecifiek: Klimaatbestanden zijn specifiek voor de Nederlandse situatie, waarbij lokale omstandigheden nauwkeurig worden meegenomen.
Aansluiting op internationale normen: Methode B sluit aan bij de eisen die worden gehanteerd door BREEAM-NL BRL v6.1.1 (HEA01) en WELL v2 (L06), zoals sDA en ASE.
Gevalideerd en erkend: De methode wordt ondersteund door erkende simulatiesoftware (zoals Radiance, DIVA, Honeybee/Ladybug, DesignBuilder) en is geschikt voor gebruik in vergunnings- en certificeringstrajecten.
Statische berekeningen volstaan niet langer voor het aantonen van voldoende daglichttoetreding in het kader van certificeringen als BREEAM-NL of WELL v2. Wie werkelijk wil investeren in de kwaliteit van de werkomgeving — en dit ook wil aantonen— ontkomt niet aan dynamische simulaties. De adviseurs binnen Adamas zijn bekend met deze berekeningsmethoden en kunnen u op een praktische wijze liefst al vanaf het ontwerpstadium effectief ondersteunen bij de verdere uitwerking van de plannen, zodat techniek, gezondheid en vormgeving hand in hand kunnen gaan en het ontwerp op een natuurlijke wijze voldoet aan deze huidige inzichten. Nieuwsgierig geworden hoe we dat doen? Neem gerust vrijblijvend contact met ons op.
Adamas: uw partner in gezonde, duurzame gebouwen
Bij Adamasgroep combineren we praktische en theoretische kennis van bouwfysica, duurzaamheidscertificering en gezondheid in de gebouwde omgeving. We begeleiden opdrachtgevers van eerste schetsen tot en met BREEAM-NL, LEED, DGNB of WELL-certificering — en daglichtanalyse is daarin een integraal onderdeel.
Met dynamische daglichtberekeningen conform NEN-EN 17037 methode B brengen we nauwkeurig in beeld hoe uw gebouw presteert op het gebied van daglichttoetreding, welke credits haalbaar zijn binnen BREEAM-NL en WELL v2, en — bovenal — wat de impact is op het welzijn van uw medewerkers.
Want uw medewerkers zijn uw meest waardevolle kapitaal. Investeer dan ook in hun omgeving.
De eisen voor het toepassen van koudemiddelen zijn in Nederland wettelijk geregeld via de drukwarenwet (PED). Aanvullend hierop zijn in de BREEAM certificering in zowel de commissioningscredit MAN04 als de polution credit POL01 extra vereisten opgenomen die aangetoond moeten worden.
Wettelijk
De Pressure Equipment Directive (PED), Richtlijn Drukapparatuur (2014/68/EU), is de Europese richtlijn die de veiligheid van drukapparatuur waarborgt binnen de EU. De PED zorgt ervoor dat drukapparatuur veilig ontworpen, gebouwd en gekeurd wordt, en dat deze vrij verhandeld mag worden binnen de EU. De richtlijn geldt voor installaties met een ontwerpdruk boven 0,5 bar, dus ook koelinstallaties moeten voldoen aan deze richtlijn. Sinds 19 juli 2016 is deze volledig in werking.
De Europese Richtlijn Drukapparatuur (PED) is in Nederland vertaald naar wetgeving via het Warenwetbesluit Drukapparatuur 2016 en de bijbehorende Warenwetregeling. Deze regels beschrijven de taken en verantwoordelijkheden van onder andere de fabrikant, installateur, gebruiker, keuringsinstantie en het bevoegd gezag. Er is een onderscheid tussen de verplichtingen van de fabrikant/installateur (nieuwbouw) en die van de gebruiker van de installatie (gebruiksfase).
Het Warenwetbesluit en de Regeling Drukapparatuur geven uitvoering aan de verplichte certificering van personen die handelingen verrichten aan installaties waarin natuurlijke koudemiddelen zijn toegepast. De eisen die worden gesteld staan beschreven in PGS13 (ammoniak), NPR7600 (koolwaterstoffen) en NPR7601 (kooldioxide). De certificeringsregeling is door NVKL ondergebracht bij InstallQ als certificerende instelling.
BREEAM
De BREEAM stelt als minimale vereiste ook dit wettelijke kader. In de POL01 wordt dit verwoord met dezelfde normen.
Alle systemen (met elektrische compressoren) moeten voldoen aan de vereisten van NEN-EN 378:2016 of ISO 5149:2014. Daarnaast moeten koelsystemen die ammoniak bevatten ook voldoen aan PGS13:2009, koelsystemen met brandbare koudemiddelen aan NPR 7600:2020 en kooldioxide aan NPR 7601:2020.
Bij de aantoning van deze normen komen de verschillen naar boven. Hoewel de basis hetzelfde is, werkt de bewijsvoering binnen de BREEAM iets anders.
Bewijsvoering per normdeel en koudemiddel
De minimale vereiste is dus opgebouwd op basis van het type koudemiddel. Dit komt voort uit het feit dat de koudemiddelen uit verschillende, soms schadelijke, stoffen bestaan. Elk koudemiddel werkt ook onder zijn eigen druk vanuit het compressie- en expansie proces.
Koudemiddel en werkgebied
Koudemiddelen werken in verschillende drukgebieden op basis van de benodigde condensatie en verdampingstemperatuur. Waar dit in het schema van het koudemiddel past, verschilt per techniek. Een persoon kan dus bewijzen hieraan te mogen werken, via een bedrijfscertificaat of individueel certificaat, in de juiste catagorie van het koudemiddel waarbij aangegeven wordt welke werkzaamheden hieraan verricht moeten worden. verzorgt professionele BENG-berekeningen voor zowel woningbouw als utiliteitsbouw. Wij ondersteunen alle typen gebouwen, inclusief industriefuncties, en leveren berekeningen die voldoen aan de geldende wet- en regelgeving. Daarnaast passen onze werkzaamheden naadloos binnen duurzaamheidsvraagstukken en certificeringstrajecten zoals BREEAM en GPR, waarbij energieprestatie een belangrijke rol speelt.
Als we kijken naar diverse gangbare technieken voor warmtepompen, is de toepassing dus afhankelijk van wat hiervoor geselecteerd dient te worden.
Een transkritisch systeem is een koel- of warmtepomptechniek waarbij het koudemiddel (vaak) in de gaskoeler warmte afgeeft boven zijn kritische punt, zonder te condenseren. Transkritische systemen maken gebruik van het feit dat CO2 boven de 31,1oC en 73,8 bar niet meer vloeibaar wordt, maar een superkritische toestand bereikt, wat de afgifte aan warme buitenlucht mogelijk maakt.
Normaliter wordt dus de DX-warmtepomp gebruikt voor utiliteitstoepassing. Hetzelfde geldt voor lucht/water, maar dan met opties voor industrieel en tapwatervraag. De CO2 en NH3 vind je vooral terug in de koel/vries industrie, waarbij het koudemiddel vaak ook gecombineerd wordt.
Omdat de koudemiddelen dus in andere drukken werken, maar ook dus vanuit hun samenstelling in meerdere maten schadelijk zijn, gelden hiervoor per toepassing regels voor montage en toepassing.
EN378: deze norm onderschrijft alle eisen voor drukgevoerde systemen en geldt dus voor alle type koudemiddelen. Deze norm is onderverdeeld in de werkzaamheden die eraan verricht moeten worden. Samen vormen zij de volledige norm voor ontwerp tot en met gebruik. De kwaliteitsbewaking hierin gebeurt met het F-gas certificaat, wat bestaat op bedrijfsniveau en/of persoonsniveau.
NPR7600: hierin komen de eisen terug die gesteld worden aan de toepassing met brandbare koudemiddelen. De praktijkrichtlijn sluit aan op de EN378 norm en geeft een praktische invulling van de eisen van ontwerp tot en met gebruik. De stappen in deze praktijkrichtlijn omschrijven dus de handelingen die hierin gedaan moeten worden.
De F-gassen-certificering bevat aanvullende modules waarin specifieke eisen zijn opgenomen. Zowel bedrijven als personen kunnen deze modules volgen bij erkende certificerende instanties. Met onze jarenlange ervaring, met name binnen de utiliteitsbouw, adviseren wij u graag over de juiste keuzes en denken wij actief mee in het ontwerpproces. Extra aandacht in deze fase leidt aantoonbaar tot betere resultaten: een efficiënter ontwerp, lagere kosten en een gebouw dat optimaal presteert op het gebied van energie en duurzaamheid.
NPR7601: hierin komen de eisen terug, die gesteld worden aan toepassing met CO2 – inclusief de praktische eisen. Vanwege de hoge drukken zijn er specifieke eisen om rekening mee te houden. Een belangrijk punt is bijvoorbeeld CO2 bewaking. Omdat overmatige blootstelling hieraan schadelijk is voor de gezondheid, moeten er veiligheidsvoorzieningen worden aangebracht op ruimteniveau.
PGS13: hierin worden extra eisen gesteld voor toepassing met NH3. Omdat ammoniak valt onder de gevaarlijke stoffen, is een extra veiligheidsnorm van toepassing. De Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen (PGS) is een serie richtlijnen over de veilige opslag van gevaarlijke stoffen en bijbehorende activiteiten in Nederland. De publicatiereeks is een handreiking voor bedrijven die gevaarlijke stoffen produceren, transporteren, opslaan of gebruiken en voor overheden die zijn belast met het toezicht op en de vergunningverlening aan deze bedrijven. De maatregelen in deze richtlijnen dragen bij aan de veiligheid van werknemers, de omgevingsveiligheid en brandveiligheid. De PGS13 is specifiek voor toepassing van ammoniak in warmtepompen.
Bewijsvoering
De bewijsvoering die in het wettelijke kader plaats vindt is dus via de F-gas certificering. Dit kan op bedrijfsniveau en persoonsniveau. Het certificaat wordt beheerd door de branche-organisatie NVKL. Het behalen ervan kan bij diverse instanties, waaronder STEK, PBNA, ROVC of Inovam. Het bedrijfscertificaat en de opbouw hiervan is vermeld in de BRL100; op persoonsniveau is dit de BRL200. Voor brandbare koudemiddelen is er een toevoeging op dit certificaat. In STEK heet dit bijvoorbeeld Module E. Deze toevoeging is meestal op persoonsniveau.
Sinds maart 2026 is er een nieuw persoonscertificaat. Dit koppelt de brandbare koudemiddelen en standaard koudemiddelen in één. De codering hiervoor wordt gewijzigd. Uiterlijk op 12 maart 2029 moeten alle monteurs gecertificeerd zijn volgens het nieuwe systeem (certificaat A1, A2, B, C, D en E). Deze nieuwe certificaten gelden in alle EU-lidstaten en zijn 7 jaar geldig.
De ontwikkelingen voor de nieuwe persoonscertificering voor F-gassen- koolwaterstoffen (A1/A2), CO2 (B) en Ammoniak (C) zijn in volle gang.
Adamas begeleidde voor het project van DSV Moerdijk de BREEAM-certificering vanaf de ontwerpfase tot en met de oplevering met een 4 sterren Excellent label als resultaat.
Het project DSV Moerdijk is er eentje met veel superlatieven. Zo is het project opgezet in 5 bouwstromen, hebben er maar liefst een kleine 2500 personen met ruim 600 bedrijven aan gewerkt, zit er 3x de hoeveelheid staal in ter grootte van de Eifeltoren en beslaat het een gebruiksoppervlakte van maar liefst 240.000m2 met 190 dockdeuren. Kortom, een echt logistiek complex waar je niet omheen kunt. De gevels zijn vanwege het stedenbouwkundige concept met elkaar verbonden, zodat er een lengte ontstaat van 1,2 km langs de snelweg. Vooral ’s avonds als de verlichting de gevels in haar ritme pakt zie je goed hoe het centrum werkt. Hoe maak je dit nu aantoonbaar duurzaam? De vraag die we met beide handen en onze vaste partners aan hebben gepakt. Uiteindelijk gaat het niet om deze volumes, maar weer op de details.
Duurzaam ontwikkelen en bouwen heeft gelukkig hier goede richtlijnen voor, die we met de internationaal erkende BREEAM-methode aantoonbaar hebben uitgewerkt. Zo is de verlichting ’s nachts niet alleen een stedenbouwkundige begeleiding, geeft het een veilige werkbare verlichting, maar is het ook ecologisch verantwoord uitgewerkt, wat de bestaande vleermuispopulatie niet stoort. Deze insteek heeft ook nog eens geleid tot een maar liefst 85% energiebesparing op de verlichting.
In de ontwerpfase is veel aandacht aan de materialisatie van het gebouw gegeven om de milieubelasting van een dergelijk groot centrum laag te houden. Speciaal voor dit project zijn er duurzame betonrecepten uitgedokterd en toegepast in de fundatie en vloeren. De CO2-belasting is daarmee zeer laag gehouden, iets wat niet altijd de standaard is voor een dergelijk industrieel project.
Op het dak zijn maar liefst 12.904 zonnepanelen geplaatst, waardoor het centrum voor het grootste deel in haar eigen energiebehoefte gaat voorzien. Daar de bouw voor bijna 50% bijdraagt in de landelijke afvalberg, is het belangrijk om zoveel mogelijk te recyclen. Op dit werk heeft Vrolijk maar liefst een score van 98% recycling behaald, wat bij deze volumes een significante impact heeft op een beter milieu.
We kijken dan ook met gepaste trots terug op een enerverende bouwperiode van slechts 425 bouwdagen, hetgeen ook de CO2-belasting behoorlijk heeft verminderd. Juist door elkaars krachten te bundelen, goede afspraken te maken en helder te communiceren ontstaan succesvolle projecten. We danken dan ook DSV, Vrolijk en alle betrokken partijen voor hun inzet, vertrouwen en goede samenwerking om dit duurzame resultaat mogelijk te maken.
De toerisme- en hospitalitysector wordt steeds vaker geconfronteerd met complexe risico’s. Denk aan extreme weersomstandigheden, pandemieën, cyberaanvallen, brandveiligheid en verstoringen in energie- en watervoorziening. Tegelijkertijd worden wet- en regelgeving en verwachtingen rondom veiligheid en duurzaamheid steeds strenger.
Om organisaties te helpen beter inzicht te krijgen in deze uitdagingen heeft Adamas een nieuwe white paper gepubliceerd:
“How Recreational Businesses Ensure the Safety of Occupants During Emergencies.”
Veel organisaties vertrouwen nog op losse maatregelen of certificeringen zonder een integrale aanpak van risico’s.
In deze whitepaper laten wij zien hoe toonaangevende duurzaamheids- en veiligheidsframeworks bijdragen aan het beschermen van bezoekers, medewerkers en assets, én hoe je deze praktisch toepast binnen jouw organisatie.
In deze whitepaper ontdek je:
Hoe certificeringen zoals BREEAM, WELL en Biosphere bijdragen aan veiligheid en risicobeheersing
Welke risico’s spelen binnen recreatie, hospitality en toerisme
Waarom een geïntegreerde aanpak essentieel is in een veranderend klimaat
Praktische handvatten om jouw organisatie toekomstbestendig te maken
Hoe je veiligheid, duurzaamheid en operationele continuïteit combineert
Adamas feliciteert Jumbo Supermarkten met het behalen van het BREEAM-NL certificaat voor de nieuwbouw van Jumbo Nationaal Distributiecentrum in Nieuwegein.
Bij dit project was Adamas betrokken als BREEAM-Assessor. We willen niet alleen Jumbo feliciteren met dit mooie resultaat, maar ook alle betrokken partijen: DA VINCI VASTGOED, W4Y adviseurs BV, Bouwbedrijf Van de Ven, VanPanhuis Installatietechniek BV, Kromwijk Elektrotechniek B.V., TRILUX, Top Installatiegroep en WITRON Group.
Adamas feliciteert GLP met het behalen van het BREEAM-NL Excellent certificaat voor fase 2 van het distributiecentrum. Naast BREEAM is er een circulaire bouwmethode toegepast. Hiervoor heeft GLP een circulaire subsidie ontvangen van de RVO.
Een aantal highlights:
Recycling van water is toegepast voor toiletten en irrigatie gevels.
Puin uit de sloop van de bestaande bebouwing is hergebruikt op het terrein.
Groene gevels zijn toegepast met een irrigatiesysteem van gerecycled water.
Prettige (dag)lichtomstandigheden op werkplekken.
De milieubelasting van de gebruikte materialen ligt ten minste 60% lager dan de referentiewaarde. Een uitzonderlijke lage Milieu Prestatie Gebouw score door bewuste materiaalkeuzes.
Architect: Stripesarchitects
Bouwbedrijf: Goldbeck Nederland B.V.
BREEAM-assessor: Lois Advies BV
BREEAM-expert: Adamas
Cookies
Wij gebruiken cookies om onze website goed te laten werken en om inzicht te krijgen in het gebruik van onze website. U kunt zelf bepalen welke cookies u accepteert.
Functioneel
Altijd actief
Noodzakelijke cookies zorgen ervoor dat de website goed en veilig werkt. Deze cookies kunnen niet worden uitgeschakeld.
Preferences
De technische opslag of toegang is noodzakelijk voor het legitieme doel om voorkeuren op te slaan waar de abonnee of gebruiker niet om heeft gevraagd.
Statistieken
Met statistische cookies krijgen we inzicht in hoe bezoekers onze website gebruiken. Hiervoor gebruiken we Google Analytics.De technische opslag of toegang die uitsluitend voor anonieme statistische doeleinden wordt gebruikt. Zonder een dagvaarding, vrijwillige medewerking van uw internetprovider of aanvullende gegevens van een derde partij kan informatie die uitsluitend voor dit doel is opgeslagen of opgehaald, doorgaans niet worden gebruikt om u te identificeren.
Marketing
Marketingcookies kunnen worden gebruikt om bezoekers te volgen en relevante content of advertenties te tonen.